Manuele Therapie

Enig artikel. Jeroen VAN LIER, houder van het diploma of
de titel van kinesitherapeut, wordt erkend en toegelaten de bijzondere beroepsbekwaamheid van manuele
therapie te dragen.
DIRK DEWOLF
Administrateur-generaal, Agentschap Zorg en Gezondheid

Wat is Manuele Therapie MT?

De manuele behandelingstechnieken omvatten o.a. mobilisaties, oscillaties en zachte manipulaties van de gewrichten, mobiliserende technieken tijdens bewegingen, neurogene mobilisaties, stretching-technieken, diepe dwarse fricties, triggerpuntbehandeling, harmoniserende technieken, medische oefentherapie en trainingstherapie, stabilisatietraining, oefeningen voor het houdings- en bewegingsgevoel, coördinatieoefeningen, bewegingsadvies, rug- en nekscholing…

Manuele therapie: voor wie ?
Manuele therapie is een efficiënte en geschikte therapie voor de gehele bevolking, voor elke leeftijd, voor elk beroep.

Sportblessures ?
Ook intensieve sportbeoefenaars, die het bewegingsstelsel zeer op proef stellen, kunnen bij de manueel therapeut terecht voor bewegingsadvies ter preventie van sportblessures of voor een efficiënte oorzakelijke behandeling van hun sportletsel. Bij veel sportletsels en overbelastingsletsels ligt het accent van de revalidatie op een goed begeleid oefentherapeutisch programma. De manueeltherapeut is hiervoor ideaal geplaatst. Met manuele therapie kan je stroeve gewrichten en spieren losmaken en zeurende pijn een halt toeroepen. Waar het gaat om omkeerbare gebreken, zoekt een manueeltherapeut namelijk naar de oorzaak in je lichaam en biedt hij/zij een behandeling op maat. Hoe gaat hij/zij te werk?

Onderzoek :
Elke manueel therapeutische behandeling wordt voorafgegaan door een vraaggesprek en een uitgebreid functieonderzoek. Daardoor zal de therapeut achterhalen of een bepaald lichaamsdeel normaal functioneert en beweegt zoals het hoort. Met provocatietesten en functietesten (gewrichtstesten, spiertesten, neurologische testen, coördinatietesten e.a.) kan hij/zij de plaats, de graad, de ernst en de oorzaak van klachten opsporen. 

Doel :
Centraal in het onderzoek staat de oorzaak en de tijdslijn van je letsel of disfunctie. Daarmee wil de manueel therapeut oordelen of de oorzaak op de plaats van het letsel ligt en/of door andere factoren veroorzaakt wordt. Het is de bedoeling je functionele hinder te evalueren. De behandeling is namelijk in eerste instantie gericht op het kunnen hernemen van je normale activiteiten en op je algemene gezondheid. 

Oorzakelijk verband :
Het lichaam wordt als een `geheel` beschouwd: dit is belangrijk in het manueel therapeutisch onderzoek. De therapeut kan een verband leggen (anatomisch, biomechanisch, fysiologisch) tussen de verschillende streken en stelsels van je lichaam.  => Verschillende aspecten : Afhankelijk van de bevindingen kan de manueel therapeut een aanvullend onderzoek verrichten ter evaluatie van de toestand en van de functies van de spieren en de gewrichten, het zenuwstelsel, het bindweefsel en de algemene gezondheid. Verder zal hij/zij nagaan of je lichaam foute bewegingspatronen en houdingsgewoonten heeft. Ook eventuele ergonomische oorzaken van je klachten en functionele hinder worden onder de loep genomen. Er wordt bovendien rekening gehouden met psychologische factoren volgens het bio-psycho-sociaal model, en met eventueel onderliggende pathologieën vanuit de andere organen. 

Conclusies :
De conclusie en evaluatie van het vraaggesprek en het functieonderzoek leiden tot een manueel therapeutische diagnose die een verklarende omschrijving is van je beklemmingen en je gezondheidsproblemen. Deze omschrijving vormt de basis voor een deskundige en verantwoorde behandeling. Eventueel kan de therapeut in overleg met de arts een aanvullend onderzoek (RX, medische beeldvorming,…) noodzakelijk achten. Het manueel therapeutisch onderzoek is dan ook uitermate geschikt als aanvulling van de artsendiagnose.

Waarom een manueel therapeut ?

De meest voorkomende klachten van beklemming in het bovenlichaam hebben een onderliggende oorzaak die met manuele therapie behandeld kan worden. Het bovenlichaam omvat je rug en nek, je hoofd, je schouders en armen. Deze bevatten gewrichten, pezen, spieren en zenuwen die een directe invloed ondergaan van je nek. Naast lokale problemen kunnen klachten in het bovenlichaam hun oorsprong vinden in de nek.

NEK EN HOOFD: stijve nek, hoofdpijn, vormen van migraine, whiplash-klachten, duizeligheid en evenwichtsproblemen.

KAAK: kaakgewrichtspijn, kauw- en bijtproblemen.

ARM: pijn en bewegingshinder door overrekking, overbelasting en inklemming, zenuwpijn door discushernia.

BORSTKAS: borstbeenpijn door kraakbeen-irritatie, gewrichtsprobleem tussen sleutelbeen, borstbeen en ribben.

SCHOUDER: pijn en bewegingsbeperking door ontstekingen aan pezen, slijmbeurzen en schouderkapsel met verkleving, disfuncties na ontwrichtingen, spierscheuren, breuken of operaties.

ELLEBOOG: tenniselleboog, golfelleboog, geblokkeerd gewricht.

POLS EN HAND: blokkering van de polsbeentjes, peesontstekingen, carpaal tunnel, zenuwinklemming, artrose van vingers en duim.

RUG: lagerugklachten door overbelasting, lumbago, hernia, ischiaspijnen of andere uitstralende zenuwpijnen in het been. Als je gehinderd wordt door een beklemming in het onderlichaam dan wordt de pijn of de bewegingsstoornis vaak veroorzaakt en gestuurd door het onderste deel van je rug. De behandeling is hier anders dan in het bovenlichaam omdat de delen van het onderlichaam door het gaan en staan belast worden.

BEKKEN, HEILIGBEEN EN STAARTBEEN: gewrichtspijnen tussen heiligbeen en bekken na zwangerschap, door trauma`s (val op staartbeen, verkeerd tillen,…)…

HEUP: pijn en bewegingshinder door ontstekingen van spieren, pezen, slijmbeurzen en heupkapsel, door trauma’s, door overbelasting, pijnuitstraling vanuit de lage rug…

LIES: liespijn door uitstraling vanuit lage rug en heup, door lokale spier/peesontstekingen, pubalgie…

DIJ EN KUIT: spierproblemen en peesontstekingen…

KNIE: pijn en beklemming in het kniegewricht of de knieholte, peesontstekingen, pijn en bewegingshinder door disfuncties van de knieligamenten of de knieschijf, na operaties…

ONDERBEEN: pees- en beenvliesontstekingen, zenuwinklemmingen…

ENKEL EN VOET: verstuikingen en ligamentletsels, gewrichtsontstekingen, blokkeringen, pijnklachten in hiel en voetzool…